Vroem, vroem. Dwars door de Dolomiti!

Vroem, vroem. Dwars door de Dolomiti!

Via de veel te drukke Passo del Predil, die Bovec met Traviso verbindt, harken we de Italiaanse kant van de Julische Alpen (Alpi Giulia) binnen. We zeggen symbolisch doei tegen Slovenië door twee stuks verse Topfenkuchen te eten op de pashoogte. Het is weer een emotioneel momentje. De Kuchen is te lekker en veel te klein. De extra klim naar Mount Mangart laten we met pijn in ons hart links liggen. We zijn amper hersteld van de beklimmingen van de Bohinsjko en de Vrsic passen in de afgelopen dagen. Nu eerst maar eens bijslapen.

Laatste blik naar Slovenië vanaf de Predil pas. Mangart (links in de wolken verscholen) bewaren we voor een andere keer.
HUILEN. Tranen met tuiten.
Tuiten? Emmers.

En bijslapen dat doe vooral ik. Saar heeft berenangst: Ondanks alle voorzorgsmaatregelen (eten, benzine, tandpasta etc. ver weg van de tent; koken en tandenpoetsen op andere plek) vreest Sarah dat ze opgevreten wordt door een beer. S’ ochtends leeft Sarah nog. Een opsteker.

Uitzicht op het Italiaanse dal waar we een slaapplek zoeken.
Top plek weer. Stromend water en tevens zwembad middels de rivier en elektriciteit van de zon. Kosten? 0 euro.

‘Daags drop’ zetten we koers richting… ja richting wat eigenlijk? We weten het niet. Uiteindelijk de via de Stelvio pas Zwitserland in, maar verder geen idee.

Tijdens de afdaling richting Moggio Udine in de provincie Veneto spot ik een fietspad. Het blijkt de fietssnelweg te zijn parallel aan de A23. Deze oude spoorlijn is volgegoten met beton en is nu bestemd voor fietstouristen die van Villach op weg zijn naar Udine.

Het regent op onze eerste ochtend in Italië, maar dat maakt ons niks uit. Beetje verkoeling is wel lekker. We zijn naarstig op zoek naar een supermarkt voor calorieën en een VVV voor een goede kaart. Nabij het fietspad ligt zowaar een Supermarcato die op zondag open is. Een VVV-kantoor is andere koek. Aangekomen in Tolmezzo, blijkt de Tourist Info net gesloten te zijn. Mer nondejuu. Dan prutsen we zelf maar een route in elkaar naar Ampezzo en vervolgens naar de Dolomieten via een leuk uitziend weggetje op de kaart.

We hebben het geluk aan onze billen hangen. De lucht trekt open en het landschap wordt alsmaar mooier. Aangekomen in Ampezzo bestellen we een koffie met een bolletje gelato (om het af te leren). Vervolgens stoppen we nog even de kop in de dorpsfontijn en beginnen we aan de klim naar het dorpje Sauris op 1200 meter hoogte, aan de rand van Parco Naturale Regionale Delle Dolomiti Friulane. Hmm, heerlijk hoe dat van de tong af rolt.

De klim hakt erin. We klimmen door een soort kloof. De weg loopt door vele galerijen (open tunnels) en door dichte lange tunnels. De omgeving is ruig en de weg erdoorheen idem dito. Vanaf het stuwmeer is het nog een aantal steile kilometers naar Sauris. Sarah is dood op en ik heb het ook gehad. In Sauris is een fonteintje en daar krijg ik een goed humeur van. Het humeur van Sarah ligt ergens onder in het dal vrees ik. We hebben nog geen slaapplek, nog niks gegeten en het is al 19uur. Ik besluit me bij de fontein, midden in het dorp, schaamteloos te wassen zodat ik fris en fruitig op jacht kan naar een slaapplek. Sarah weigert en zit stil op een bankje. Ik loop naar de kerk om te vragen of we ergens de tent op mogen zetten. Op dat moment zie ik een P-bord verderop hoog in het dorp. Een publieke bivakplek inclusief douche en toilet. Aaah! Wat fijn. Het humeur van Saar kleurt weer helemaal bij! Ze is helemaal in d’r nopjes.

Kloof richting stuwmeer
Fotootje van het prachtige stuwmeer (tegen de zon in)

Midden in de nacht volgt een knallend onweer. De bergecho maakt het onweer nog onheilspellender. In het begin blijven we wakker door de stroboscoop aan weerlichten. Later gooit het gedonder en flinke regen roet in onze nachtrust.

In de ochtend staat alles in het teken van een lekker bakkie koffie. Oh, dat vinden we zo fijn he. Broodje met nutella d’rbij en we zijn helemaal klaar voor een nieuwe fietsdag. Het weer zit ook mee. Komende 5 dagen 30 graden en stralend blauwe luchten.

Maar dan gebeurd het. Sarah heeft nog een laatste maal gebruik gemaakt van het toilet op de bivakplek. Het is vaste fractie en het toilet spoelt niet goed door. Er is iets met de watertoevoer. U begrijpt het al, paniek in de tent.

Buiten ligt een tuinslang. Ik rol de tuinslang af en leg ‘m het toilethok in. Soms moet je net doen of je gek bent. Ik roep naar Saar dat ze de buitenkraan open moet zetten en even later spoelt de hele handel door.

Even later moet de Zwitserse buurman een nummer 2 doen. Vanaf buiten horen we hem tevergeefs op de spoelknop drukken. Haha. Ik hoop dat ‘ie heeft opgelet, want ook hij zal de tuinslangtruc moeten toepassen. 

We klimmen door naar de Dolomiti. Vanaf de pashoogte op 1800 meter hebben we fantastisch uitzicht op de bleke afgebrokkelde kalksteentoppen. De pasweg is gek genoeg heerlijk rustig. Nauwelijks campers en motorrijders. Alleen koeien, bomen en…… Wienerschnitzel mit pommes voor 9 euro. Bam.

Saar kijkend naar de koetjes en de Dolomieten
De klim is af en toe brutaal
Daarom even gek doen op de pashoogte

Nondejuu wat vinden wij het hier mooi. Geen skiliften. De dalen liggen vol met bossen. En dan die kalksteenpunten die er bovenuit steken.

We dalen af naar Auronzo aan de voet van een van de bekendste gezichten van de hele Alpen. De Tre Cime (Drei Zinnen). Het is al half 5 als we in Auronzo zijn. Gaan we echt nog 800 meter klimmen? Voordat we een beginnetje maken, eten we allebei een aarbeienyoghurtje en een vanilletoetje. Het vanilletoetje is zo lekker dat ik terug loop naar de Spar en er nog een haal.

Meer van Auronzo

Het is loopt richting 19uur en op de bordjes staat dat we al bijna aan de voet van de Tre Cime zijn bij het meer van Misurina. Nog ‘maar’ 5 kilometer klimmen. We besluiten door te zetten. Uiteindelijk zijn nog 8 zware kilometers en maken we in totaal 1650 hoogtemeters. We zijn trots. Zonder te imploderen of te zeuren hebben we het geflikt. Het uitzicht vanaf de (waardeloze) camping maakt alles goed. De ondergaande zon werkt magisch.

De marteling op de fiets wordt goed gemaakt door het uitzicht

De volgende ochtend zitten we om half 8 al op de fiets. We fietsen het laatste stukje naar de Tri Cime zonder bepakking. Gelukkig, want de doodlopende tolweg eindigt bij een berghut, is met 12-16% loeisteil.

Tolweg naar Tre Cime
Laatste meters voor Sarah
Uitzicht op één van de Tre Cime. Als je goed kijkt zie je de ‘man made caves’. Tijdens WO1 lag hier de grens en dus frontlinie tussen Italië en Oostenrijk.

Kiek ‘m stoan

Om kwart voor 9 zijn we al boven op een hoogte van 2354 meter. We zijn de meute voor. Als wij afdalen staan er ineens rijen auto’s langs de weg geparkeerd, komen de bussen naar boven en staat er file bij de tolpoort. Het is even schrikken als een tegemoetkomende Italiaanse chauffeur in een Jeep de binnenbocht pakt, terwijl ik met 70 kilometer per uur omlaag rijd. 
Terug bij de camping iets voor tienen trek ik de stoute schoenen aan en zet voor de tweede keer vandaag koffie. We hebben het verdiend. Vind ik. Daarna heb ik pech. Bij het eten van een broodje pasta bijt ik mezelf zo hard op de tong dat het kraakt. Het bloedt. Ik ben er even stil van en ik kijk moeilijk.

Vol goede moed beginnen we aan de klim naar Tre Croci. De tweede pas van vandaag. Deze weinig spannende en vooral drukke weg willen we snel vergeten. De afdaling naar Cortina d’Ampezzo gaat lekker snel en levert mooie doorkijken op naar de bergen die nog voor ons liggen.

Helaas heeft ook de Supermercato in Cortina geen bruin brood meer. Dan maar weer een halve kilo witbrood. Niet van ganse harte. Iedere keer als ik een windje laat, dan klinkt dat als een heel tuba ensemble. Dit euvel achtervolgt mij al sinds we de grens met Italië zijn overgestoken en we wit brood eten. Sarah heeft nergens last van. Al zouden we paars brood eten met fruitella erin… zij maakt overal stront van.

In het parkje eten we nog wat. Het is 13uur en we maken ons op voor weer een klim vandaag. De beruchte maar wonderschone Passo di Giau. Het valt ons op hoe dik onze bovenbenen zijn geworden. Ik hoop dat ik nog in m’n cino’s pas als ik weer thuis ben. En anders maar in de fietsbroek naar het werk.

Onderweg naar Passo di Giau. Terugblik naar Cortina d’Ampezzo.
De Italiaanse paswegen zijn stuk voor stuk bouwkundige huzarenstukjes.
Passo di Giau. Links onderin zetten we de tent op.

Om 16:30uur zijn we boven. Nu zijn we echt op. We hebben meer dan 1800 hoogtemeters in de benen. De afdaling telt 27 haarspeldbochten waarschuwt een bordje ons. We zetten vlak onder de top al de tent op, uit het zicht. Hier op 2100 meter hoogte gaan we fijn tukken en genieten van een mooie zonsondergang.

En morgen? Nog geen idee. Zo maar eens even over dubben.


3 Replies to “Vroem, vroem. Dwars door de Dolomiti!”

  1. Wat een plaatjes weer… Bas en Sarah, wat een geweldig mooie route!! Ik denk dat we jullie route moeten kopiëren, want dit wil ik ook zien!

  2. Hey Kanjers,
    Wat weer een avontuur en zo mooi beschreven,heb er smakelijk om gelachen.
    Heel veel groetjes en tot het volgende verhaal
    Els

  3. Sara en Bas,
    Wat een verhalen en wat een mooie foto’s. Maar als eerste staat toch de knappe prestatie die jullie leveren. zal niet iedereen jullie zo maar nadoen op de fiets. Chapeau!!!!!
    Ik weet niet hoeveel kilometers jullie nog van plan weg te trappen maar maak er een leuke (lees:verhalen en foto’s) eindsprint van.
    groetjes Mieke en Kees.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.