Van zomer naar winter en terug

Van zomer naar winter en terug

Na een rustige nacht in het veld inspecteren we de tent. De slakkeninvasie valt gelukkig mee. We zitten immers in Schneckvillage en de slakken hier dragen geen kledij. Het regent. De sfeer is melig. Nog even wat eten voordat we op de fiets springen. Bas: “Saar, waar zijn de noten?”. Sarah: “In je onderbroek.”. Plus 1 voor Sarah.

We fietsen vandaag  over de Aursjøvegen. Een oude tolweg achter in de Sunndal fjord die door een hoogvlakte gaat. De benen worden flink getest. Het stijgingspercentage schommelt tussen 12 en 16 procent. De wegen zijn niet geasfalteerd. Op de steile stukken slippen de achterwielen een beetje in het grind. Het mooie uitzicht op de knoeperts van besneeuwde bergen en talloze watervalletjes maken alles goed.

Boven op de hoogvlakte lijkt het winter. De bomen hebben niks van groen aan zich en het ligt vol met sneeuw. We fietsen langs meters hoge sneeuwmuren en bevroren meertjes.

Na 1600 hoogtemeters houden we het voor gezien. We zijn moe en er komt geen einde aan de hoogvlakte. Steeds als we denken “het gaat dadelink weer naar beneden” komt er weer een kuitenbijter uit de hoge hoed.

Dan besluit de benzinebrander te sterven. Na een half uur kutten hebben we nog steeds geen warme thee en gaan we maar naar bed.

S’ ochtends waait het en is het koud. In de tent hebben we een *plieng* moment. We halen de benzinebrander uit elkaar en fixen het euvel met, ja u raadt het al, ducttape. Althans, voorlopig. Met goede zin stappen we de fiets op. Dit duurt niet lang want Bas krijgt een schijtinfarct. Midden op de kale vlakte in de miezerregen staat opeens een meneer met zijn witte billen bloot en z’n boks op de knieën.

De afdaling komt 8km later. De bergen hier staan bijna rechtop in het onderliggende dal. De loeisteile afdaling over het losse grind is ongemakkelijk. De onverlichte tunnel maakt het plaatje compleet. Met pijnlijke handen van het remmen bereiken we het dorpje Eikesdalen.

Kilometers lang fietsen we langs een groot bergmeer. We komen alleen schapen tegen die we netjes begroeten met Bäääh. Sommige praten Bähs terug. We passeren een tunnel van 4km lang. Deze is wel verlicht en heeft brandblussers. Oeh yeah.

Aan het eind van de dag motten we nog even aan de bak: 500 meter klimmen. We worden aangevallen door een zwerm vliegen. Het is gewoon ranzig. Sarah denkt gelukkig aan de Deet terwijl Bas als een idioot staat de wapperen. Zoals een paard met zijn staart zwaait. Ik hoor de vliegen lachen.

We hebben er genoeg van en zoeken een camping op. Helaas hebben we geen Kronen op zak dus dat betekent een ijskoude douche. Gelukkig krijgen we van twee Duitse motorrijders een curryworst van de BBQ. De eigenaar van de camping uit Litouwen is een grappige vent. Naast campingeigenaar heeft hij ook een garage waar hij aan auto’s sleutels. Hij klust bij als grasmaaier. Melkt de koeien op z’n boerderij boven in de bergen. Oh ja, en hij vist hele grote vissen. Foto’s daarvan kun je checken in de gallerij van de lokale visclub. Oh ja, en hij heeft een Harley Davidson motor. Zonder plastic, “alles metal”.

En nu zitten we op een camping in Åndalsnes. Aan de voet van de bekende Trollstigveg. Morgen hebben we een “rustdag”. Dan zullen we dit trollenpaadje eens soldaat gaan maken.

Toet loeter.


3 Replies to “Van zomer naar winter en terug”

  1. Wauw wat een uitzicht, geweldig. En de vliegen kwamen die vlak na het schijtinfarct !!!!
    Veel plezier met het soldaat maken van het trollenpad.
    En aug…….. toetloeter.groetjes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.